Tombeau van Napoleon I onder de Koepel van de Invalides

Het graf van Napoleon I bevindt zich onder de Koepel van de Invalides, zichtbaar vanuit de hele hoofdstad. Verschillende grote Franse militaire leiders vinden hier eveneens hun laatste rustplaats in dit deel van het monument van de Invalides. De Koepel van de Invalides kan worden beschouwd als het militaire pantheon van Frankrijk.
Twee kerken voor het Hôtel des Invalides
Het complex van het Hôtel des Invalides omvat onder meer twee kerken:

De kerk Saint-Louis-des-Invalides, oorspronkelijk gebouwd voor soldaten en oorlogsinvaliden. In 1986 werd zij verheven tot kathedraal van het bisdom van de Franse strijdkrachten. Deze kerk, gebouwd in 1676, was tot 1791 de zetel van een parochie van het bisdom Parijs en stond vanaf 1679 (onder Lodewijk XIV) open voor invalide soldaten, bewoners van het Hôtel des Invalides. De klok riep hen op tot spirituele plichten: ochtend- en avondgebeden, verplichte mis en vespers op zondagen en feestdagen. Deze kerk wordt nog steeds gebruikt.
De kapel, gebouwd voor het exclusieve gebruik van de koninklijke familie en de Koepel van de Invalides genoemd, is vandaag gedesacraliseerd. De bouw werd voltooid in 1708, tijdens de regeerperiode van Lodewijk XIV, 27 jaar na de eerste steenlegging. Hier bevindt zich tegenwoordig het graf van Napoleon.

De twee gebouwen zijn aangrenzend en direct met elkaar verbonden, maar gescheiden door een glas-in-loodconstructie uit 1873.
De bijzondere bouw van de Koepel van de Invalides voor het graf van Napoleon I
De Koepel werd in 1807, 1830, 1839, 1937 en voor het laatst in 1989 opnieuw gedecoreerd, waarbij toen 12 kilo goud nodig was.

Binnenin, onder de koepel die bescherming biedt tegen regen en van buitenaf zichtbaar is, bevinden zich twee stenen koepels, open in het midden, van gehouwen steen. Ze zijn versierd met fresco’s van heiligenfiguren geschilderd door Jean Jouvenet en met een reusachtig schilderij van Charles de La Fosse dat Sint-Lodewijk in een hermelijnen mantel toont, met de koninklijke symbolen (de lelie), terwijl hij zijn zwaard aan Christus omringd door muzikale engelen overhandigt.

Het graf van Napoleon I
Sinds 2 april 1861 bevindt het graf van Napoleon I zich in het gebouw van de Koepel. Zijn lichaam rust op de verticale as in het midden van de koepel.

De stoffelijke resten van Napoleon I, die in 1821 op 51-jarige leeftijd overleed op het eiland Sint-Helena, werden tijdelijk geplaatst in de zijkapel van de Koepel, de ‘Saint-Jérôme’. Zijn terugkeer naar Frankrijk vond plaats op 15 december 1840. Op dat moment was het graf van Napoleon, besteld bij Louis Visconti door koning Lodewijk-Filips, nog niet voltooid en de open crypte was nog niet uitgegraven. De leiders van de Julimonarchie wilden de aanhangers van de overleden keizer winnen. In dezelfde periode werd ook de Arc de Triomphe voltooid.

Het lichaam van Napoleon, ingesloten in zes opeenvolgende kisten binnen de buitenste sarcofaag, werd pas op 2 april 1861 op zijn huidige locatie geplaatst. In die tijd was de heerser Napoleon III, neef van Napoleon I. Alleen leden van de keizerlijke familie en enkele hoogwaardigheidsbekleders waren aanwezig.

Het betreft een monumentale sarcofaag van Fins rood kwartsiet of ‘metamorfe zandsteen’, gewonnen uit een groeve in Karelië die toebehoorde aan tsaar Nicolaas I van Rusland. Deze rust op een sokkel van groen graniet uit de Vogezen, waarbij het geheel is geplaatst in een open, cirkelvormige crypte in het midden van de kapel Saint-Louis, onder de koepel (deze koning liet ook de Sainte-Chapelle op het Île de la Cité bouwen).

De originele grafsteen van Napoleon I op Sint-Helena, in 1840 van het eiland overgebracht, bevindt zich nu nabij de ‘tuin van Nîmes’, een groengebied langs de kerk Saint-Louis-des-Invalides.
Andere persoonlijkheden die in de Dômekerk rusten Op 15 december 1940 werden de stoffelijke resten van Napoleons enige zoon, die de bijnaam ‘Koning van Rome’ droeg, Napoleon II of ‘De Adelaar’, overgebracht uit Wenen (Oostenrijk) om in een urn te worden bijgezet. Deze actie werd voorgesteld door Adolf Hitler, op advies van Otto Abetz, in aanwezigheid van Fernand de Brinon namens de regering van Vichy (Parijs lag toen in de door de Duitsers bezette zone).

Ook de resten van Napoleons broers, Joseph en Jérôme Bonaparte, evenals het hart van de koningin van Westfalen, zijn echtgenote, en andere leden van de familie Bonaparte vinden hier hun laatste rustplaats.

Verscheidene chefs-staf uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog liggen begraven in de Invalides: de maarschalken van Frankrijk Ferdinand Foch, Hubert Lyautey, Philippe Leclerc de Hauteclocque, Alphonse Juin, de generaals Robert Nivelle, Charles Mangin, Pierre Auguste Roques en Henri Giraud, de admiraals Boué de Lapeyrère en Gauchet.

Ook de gouverneurs van het Hôtel des Invalides, dat nog steeds een militair domein is, zijn hier begraven.

Ruim 70 stoffelijke overschotten (of hun harten, voor sommigen) van militaire persoonlijkheden vinden vandaag hun laatste rustplaats in deze kerk (die niet langer gewijd is).
Een nationaal eerbetoom De ‘Hommage national’ of ‘Eerbetoon van de Natie’ is een officiële onderscheiding in Frankrijk die uitzonderlijk wordt toegekend aan een overleden persoon tijdens de begrafenisplechtigheid. Deze ceremonie vindt plaats in de ‘Erehof’, direct na de hoofdingang.

Het Hôtel des Invalides, als militair Pantheon, is vooral de laatste rustplaats van hen die voor het vaderland zijn gestorven. Sinds de terugkeer van Napoleons stoffelijke resten naar de Invalides in 1840 vindt het nationale eerbetoon meestal plaats in de erehof van het complex.

Het betreft doorgaans een hulde aan soldaten die op het slagveld zijn omgekomen, maar ook tal van burgers zijn na hun overlijden geëerd: commandant Cousteau in 1997, politici, de schrijver Jean d’Ormesson in 2017, de zanger Charles Aznavour in 2018, en zelfs president Jacques Chirac in 2019. Deze officiële onderscheiding geldt ook voor slachtoffers van terroristische aanslagen, zoals de gendarme Arnaud Beltrame in 2018.

Tijdens dit nationale eerbetoon vinden er in de ‘Erehof’ ceremonies plaats: er defileren, in de houding, detachementen van de drie krijgsmachtonderdelen en de militaire muziekkapel. Tegenover hen staan uitgenodigde burgers. De ceremonie, geleid door de president van de Republiek, omvat traditioneel de volgende stappen: militaire eerbewijzen, daarna een parade van de troepen door het staatshoofd (dat ook opperbevelhebber is), aankomst van de met de nationale vlag bedekte kist, toespraken van nabestaanden, een lijkrede door het staatshoofd, militaire eerbewijzen aan de overledene, vertrek van de kist en groet aan de vlaggen.