Koninklijke Brug, meerdere keren verwoest maar altijd overeind gebleven

Koninklijke Brug, meerdere keren verwoest maar altijd overeind gebleven

De Pont Royal is de op twee na oudste brug van Parijs, na de Pont Neuf (de oudste) en de nabijgelegen Pont Marie. Deze drie bruggen zijn alle drie als historisch monument geklasseerd.
Oorsprong van de Pont Royal
De oorsprong van de brug is een ongeluk. Op deze locatie bevond zich de veerpont van de Tuilerieën (die zijn naam gaf aan de huidige 'rue du Bac'). Lodewijk XIII (1601-1643), die door de wijk wandelde, zag de veerpont kapseizen en besloot er een brug te laten bouwen.
De lotgevallen van de eerste brug uit 1632
Het betrof een houten, tolheffende brug die verschillende namen droeg: 'Pont Sainte-Anne' (verwijzend naar Anna van Oostenrijk), 'Pont Rouge' (naar de kleur) of 'Pont Le Barbier' (naar een financier die de bouw financierde).
Fragiel als hij was, werd deze vijftienbogige brug voor het eerst hersteld in 1649, volledig herbouwd twee jaar later, in brand gestoken in 1654 en vervolgens weggespoeld door het water in 1656. In 1660 werd hij opnieuw in hout herbouwd en in 1673 verstevigd, om uiteindelijk te worden weggevaagd door de ijsgang in de nacht van 28 op 29 februari 1684. Madame de Sévigné (Franse schrijfster) beschreef deze verwoesting en schreef: « Le Pont Rouge s’en allait à Saint-Cloud ». Acht van zijn bogen gingen verloren bij deze gebeurtenis. Tussen 25 oktober 1685 en 13 juni 1689 werd hij vervangen door een stenen brug, volledig gefinancierd door koning Lodewijk XIV, wat hem de naam 'Pont Royal' opleverde.


De Pont Royal van steen uit 1689 door de geschiedenis heen
In de 18e eeuw werd het een geliefde plek voor allerlei soorten feesten en Parijse vieringen.

Op 11 juli 1791, tijdens de Revolutie, passeert de processie met de as van Voltaire (schrijver) over de brug.

Na de Franse Revolutie, tussen 1792 en 1804, werd de brug hernoemd tot "Pont National", en daarna tot "Pont des Tuileries" tot in 1814.

Hier liet Napoleon Bonaparte kanonnen afvuren om het Tuilerieënpaleis te verdedigen, waar de Nationale Conventie en het Comité van Openbare Veiligheid onder leiding van Maximilien de Robespierre zetelden (5 oktober 1795).

De dikte van de sleutelsteen van de centrale overspanning werd in 1852 verminderd om de toegang tot de brug minder stijf te maken.

In 1939 werd hij als historisch monument geklasseerd. Het is de derde oudste brug van Parijs, na de Pont Neuf en de Pont Marie, die eveneens als historisch monument zijn geklasseerd.

Hij werd in 2005 verlicht naar aanleiding van de kandidatuur van Parijs voor de organisatie van de Olympische Zomerspelen van 2012.
Technische gegevens en innovaties van de Pont Royal
De eerste bruggen die op deze locatie werden gebouwd, waren ware experimentele bruggen, die allemaal uiteindelijk werden verwoest.

Daarentegen werd de laatste brug uit 1689, van steen, precies afgemeten en berekend. De destijds vastgestelde bouwregels dienden als referentie voor de ontwerpen van latere bruggen.

Aantal bogen: 5 bogen, waaronder een centrale boog van 72 voet (23,40 m), tussenliggende bogen van 69 voet (22,42 m) en oeverbogen van 64 voet (20,80 m)
Dikte van de pijlers van de brug
Verhouding dikte pijlers/openingswijdte: In het geval van de Pont Royal heeft de architect deze verhouding vastgesteld op 5. Deze verhouding is afhankelijk van de grootte van de boogopeningen. Hij moet ervoor zorgen dat de bogen één voor één kunnen worden ontlast zonder risico voor de stabiliteit van de pijlers. De dikte van alle pijlers bedraagt 14 voet (4,55 m)
Vorm van de gewelven: Op de Pont Royal heeft de architect een korfbooggewelf met 3 centra opgelegd. Deze keuze zal later voor alle bruggen verplicht worden gesteld. De gewelven zijn met een derde verlaagd, dat wil zeggen 24 voet voor een opening van 72 voet.
De gebruikte materialen: harde steen uit Saint-Cloud onder waterniveau; harde steen uit Bagneux voor de pijlers tot aan de gewelven, inclusief hun goten en hun afdekkingen, aan de koppen van de gewelven en hun hoekstenen, aan de kroonlijsten, borstweringen en trottoirs; steen uit Vergelet voor het lichaam van de gewelven; klein metselwerk uit Vaugirard of uit de voorstad Saint-Jacques voor het vullen van de gewelven en de landhoofden.
De samenstelling van de mortel (Émiland Gauthey schrijft in zijn Traité des Ponts dat voor het eerst in Frankrijk bouwtechnieken werden toegepast die door een Romeinse monnik waren meegebracht.)


Gebruik van baggermachines voor de aanleg van de funderingsbodem van de pijlers;
Toepassing van caissons voor de funderingen;
De specificaties van de Pont Royal dienden als model voor die van de Pont Jacques-Gabriel in Blois.

De bijzonderheid van de Pont Royal ligt ook in de soberheid van zijn versiering.