De kabelspoorweg van Montmartre, een praktische attractie die je niet mag missen

De huidige kabelbaan van Montmartre is de derde sinds de installatie in 1900, na de renovaties van 1935 en 1991. Hij verbindt de straat « rue Foyatier » ter hoogte van het bovenste station. Volstaat het om de rue Lamarck rechtsaf te nemen; het parvis van de Sacré-Cœur ligt op ongeveer 50 m afstand. De rit met de kabelbaan biedt een prachtig uitzicht, maar het mooiste panorama op Parijs heb je vanaf het parvis.
De 1ᵉʳ kabelbaan van Montmartre: een attractie in 1900
De eerste kabelbaan van Montmartre werd in gebruik genomen op 12 of 13 juli 1900. Het gebruikte systeem was allesbehalve verfijnd, maar functioneerde wel dertig jaar lang. Het bestond uit twee cabines die elk op twee waterreservoirs van 5 m³ dreven, verbonden door een kabel. Wanneer het ‘bovenste’ reservoir en de cabine in de hoogste stand stonden, werd het reservoir gevuld met water. Deze met water gevulde cabine daalde door de zwaartekracht en trok zo de tweede, lege cabine omhoog, die altijd onderaan stond maar met de eerste verbonden was via een kabel en een katrollensysteem. Een stoommachine in het onderste station dreef pompen aan die water naar het bovenste station pompten, waar de reservoirs bij elke passage werden gevuld. De cabines hadden een capaciteit van achtenveertig passagiers, verdeeld over vier gesloten compartimenten in trapvorm; de twee uiteinden waren gereserveerd voor de bestuurder (remmer). Ze werden op hun plaats gehouden door een remsysteem op de tandheugel. Dit systeem vervoerde jaarlijks een miljoen passagiers gedurende meer dan dertig jaar.
1935 en de eerste renovatie na trouwe dienst
In 1935 vond elektriciteit zijn intrede in de werking van de kabelbaan. Het ‘waterkabelbaansysteem’ werd vervangen door twee elektrisch aangedreven cabines. De exploitatie werd hervat op 2 februari 1935, na meer dan drie jaar onderbreking. De trekkracht van de twee cabines werd verzorgd door een lier aangedreven door een vijftigpk-motor, waardoor de cabines met een capaciteit van vijftig personen de rit in zeventig seconden konden afleggen, wat neerkomt op een snelheid van twee meter per seconde of 7 km/u.
1991: tweede renovatie na vijftig jaar exploitatie
Met een jaarlijks vervoer van twee miljoen passagiers moest de kabelbaan volledig gerenoveerd worden. Sinds deze laatste renovatie maakt de kabelbaan gebruik van de technologie van een hellende lift met elektrische aandrijving. Het is dus strikt genomen geen kabelbaan meer. Het traditionele heen-en-weergaande systeem, waarbij de ene cabine daalt terwijl de andere stijgt, is immers niet meer van toepassing. Het nieuwe systeem biedt een grotere transportcapaciteit. De machinerie bevindt zich nog steeds in het bovenste station en bestaat uit twee volledig onafhankelijke lieren, aangedreven door 130 kW-motoren. Dit betekent dat één cabine kan stijgen terwijl de andere daalt, of stilstaat, of dat beide cabines tegelijkertijd kunnen stijgen of dalen. Zo kan het aantal passagiers gereguleerd worden. Het gewicht van een cabine bedraagt zes ton leeg en tien ton vol. Ze zijn uitgerust met een bedrijfsrem, een spoorrem en een noodrem.
Automatisering van de kabelbaan
De exploitatie is nu volledig geautomatiseerd: de aanwezigheid en het aantal passagiers worden gedetecteerd door een systeem van elektronische weegschalen in de vloer van de cabines en radars in de stations voor de positionering bij het stoppen. Een computer bepaalt vervolgens het vertrek van de cabines, dat aan de passagiers wordt getoond via een display in de cabine. Afhankelijk van de drukte kiest het systeem tussen twee snelheden van 2 of 3,5 meter per seconde (7 of 12 km/u). De toegangsdeuren gaan alleen open wanneer de cabine aanwezig is, ter versterking van de veiligheid, net als bij lijn 14 van de metro.
De afstand tussen het onderste en bovenste station bedraagt 108 m bij een hoogteverschil van 36 m.

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen stortte op 7 december 2006 om 17.50 uur een cabine van de kabelbaan neer aan de voet van de helling tijdens een remtest uitgevoerd door de RATP-operator: het uiteinde van de trekkabel brak. De onderbreking van de dienst veroorzaakte vervolgens steeds grotere problemen voor de inwoners en winkeliers van de Butte, ondanks de inzet van vervangende bussen. Alles was weer in orde in juni 2007 en augustus 2008.
De kabelbaan of hoe de Butte Montmartre te beklimmen met cultuur

De kabelbaan is een onmisbaar ‘icoon’ van Parijs. Veel toeristen die de hoofdstad bezoeken kennen hem en hij komt voor in talrijke films en tv-series die zich in Montmartre afspelen. Een van de bekendste is de film *Ripoux contre ripoux* uit 1990. Maar nog veel meer films spelen zich af in Montmartre, en de kabelbaan is daar een essentieel onderdeel van: *Les Randonneurs* (1997), *El Tourbini* (2006) en *Louise (take 2)* (1998). Zo vindt in de eerste aflevering van de politieserie *Capitaine Casta* een achtervolging plaats in de trappen van de rue Foyatier, parallel aan de kabelbaan. Ook in de film *Une affaire d’État* uit 2009 vlucht Michel Fernandez (Thierry Frémont) de trappen op, achtervolgd door Nora Chahyd (Rachida Brakni), die zelf de kabelbaan neemt.

In 1956 opent Melville zijn film *Bob le flambeur* met een vogelperspectief op de kabelbaan die naar beneden rijdt.

In 2011 toont de animatiefilm *Un monstre à Paris*, met de stemmen van Vanessa Paradis en -M-, de kabelbaan in een actiescène tijdens de opening. Het verhaal speelt zich af tijdens de grote overstromingen van de Seine in 1910 – terwijl de kabelbaan al in dienst is sinds 14 juli 1900.

De kabelbaan van Montmartre is ook afgebeeld in een schilderij van de kunstenaar Jean Marchand (1883-1940), dat dezelfde titel draagt. Het hangt in het Musée d’Art moderne van Parijs.

De kabelbaan duikt ook op in de literatuur, in een novelle van de Franse misdaadauteurs Pierre Louis Boileau en Pierre Ayraud, bekend onder het pseudoniem Thomas Narcejac. Onder de gezamenlijke naam Boileau-Narcejac draagt de roman *L’énigme du funiculaire* (1971). En Jacques Charpentreau beschrijft in een gedicht getiteld *Le funiculaire de Montmartre* de cabines als twee tegenstrijdige broers – « Quand l’un s’envole dans les airs / L’autre dévale en bas / Et lan lan la ».

De kabelbaan van Montmartre komt ook voor in het computerspel *Midnight Club II* (2003) en in oktober 2006 trad de zanger Cali, op verzoek van de website la Blogothèque voor haar ‘Concerts à emporter’, op in een cabine van de kabelbaan. Tijdens de rit zong hij zijn nummer *The End of the World* uit zijn album *Menteur*, dat hij in 10 minuten ten gehore bracht.

De kabelbaan is ook nagebouwd, naast de basiliek van Sacré-Cœur, in verschillende miniatuurparken: France Miniature in Élancourt (waar hij later aan de basiliek werd toegevoegd) en Mini-Europe in Brussel.

3 andere manieren om de Butte Montmartre te beklimmen

De kabelbaan heeft drie concurrenten om de Butte Montmartre te beklimmen of af te dalen:

Te voet: de klim is zwaar, maar het uitzicht op Parijs is magnifiek: 220 treden om te overwinnen!

Met ‘kleine treintjes’: in werkelijkheid zijn het er twee concurrenten

Met de RATP-bus (die alle Parijse bussen beheert)

Voor meer informatie klikt u op « Comment monter sur la Butte Montmartre sans se fatiguer ».