Sint-Paulus-Sint-Lodewijkkerk, de enige jezuïetenkerk van Parijs
De bouw begon met de steun van Lodewijk XIII, die haar zijn naam gaf, en werd in 1641 voltooid. De kerk stond bekend om de rijkdom van haar meubilair en kunstwerken, die tijdens de Revolutie verspreid raakten en nu in het Louvre en in Chantilly te zien zijn. Van 1641 tot 1762 beleefde ze haar hoogtepunt: Bossuet of Bourdaloue hielden er hun preken, die mevrouw de Sévigné kwam beluisteren; Marc-Antoine Charpentier en Rameau waren er kapelmeester. De harten van Lodewijk XIII en Lodewijk XIV werden hier lange tijd bewaard. Tijdens de Revolutie werd de kerk van haar kunstwerken beroofd, er werd een opslagplaats voor boeken uit verwoeste kloosters in de wijk ingericht, en ze werd gewijd aan de cultus van de Rede. In 1802 hernam ze haar religieuze rol door ‘Saint-Paul’ aan haar naam toe te voegen, omdat de nabijgelegen kerk Saint-Paul net was verwoest. Baltard kreeg de opdracht haar tijdens het Tweede Keizerrijk te restaureren. De barokke kerk heeft een theatraal ogende voorgevel met drie niveaus, twee Korinthische en één composiet. Binnen is het grondplan geïnspireerd op de kerk van het Gesù in Rome: de zijkapellen dienen als zijbeuken, en de koepel was de grootste van haar tijd. De nabijgelegen middelbare school Charlemagne neemt sinds 1802 het voormalige jezuïetenhuis in, dat uit de 17e eeuw dateert.