Musée des Romantiques – George Sand, Ary Scheffer, Ernest Renan
Het Musée de la vie romantique, gelegen in de buurt van Pigalle, vertelt het verhaal van de romantische beweging die halverwege de 19e eeuw opkwam en heel Europa overspoelde. Het museum draait om principes als gevoeligheid, het uiten van emoties en melancholie. Frankrijk was in de jaren 1830 een belangrijk centrum van het romantisme. In die tijd was Parijs een belangrijk knooppunt voor artistieke creativiteit.
Parijs links en rechts van de Seine
Parijs was duidelijk verdeeld in de linker- en rechteroever van de Seine. Op de linkeroever lagen de universiteiten en studentenwoningen waar de provinciale bourgeoisie zich vestigde; op de rechteroever bevonden zich de kranten, theaters, cafés en restaurants. Aan deze kant van de Seine ontstond, vlakbij Pigalle, het ultieme romantische kwartier: de Nouvelle-Athènes.
Het huis van de schilder Ary Scheffer
Ary Scheffer (1795-1858), een schilder van Nederlandse afkomst, arriveerde in 1811 in Parijs en betrok in juli 1830 een modieus huis in de wijk Nouvelle-Athènes, op nummer 7 van de rue Chaptal (nu nummer 16). Tegenover het huis liet Scheffer twee ateliers met glazen daken bouwen, gericht op het noorden, aan weerszijden van de geplaveide binnenplaats: één diende als salon, de ander als werkplaats.
Ary Scheffer, die sinds 1822 tekenleraar was van de kinderen van de hertog van Orléans, was een vooraanstaand vertegenwoordiger van de romantische school en genoot groot succes. Zijn woning was dertig jaar lang een bruisend centrum van artistieke, politieke en literaire activiteit.
De gasten van Ary Scheffer uit heel Parijs
In het atelier-salon ontving Scheffer, een beroemde portretschilder tijdens de Julimonarchie, de hele artistieke en intellectuele elite van Parijs. Zijn buurman Eugène Delacroix kwam langs, net als Chopin, die graag op een Pleyel-piano speelde. Ze werden vergezeld door Liszt en Marie d’Agoult, maar ook door Rossini, Toergenjev, Dickens en Pauline Viardot.
Het atelier, dat uitkeek op een weelderige tuin met seringstruiken en rozenstruiken, werd gebruikt door Ary Scheffer en zijn jongere broer Henry, die eveneens schilder was. Théodore Rousseau voltooide hier *De daling van de koeien op de rue Chaptal*: omdat dit werk in 1835 werd geweigerd voor de Salon, exposeerde Scheffer het samen met werken van zijn vrienden Paul Huet en Jules Dupré, waardoor zo de eerste ‘expositie van de geweigerden’ ontstond. Hier werden ook een deel van de collecties van koning Lodewijk-Filips ondergebracht toen deze in 1848 naar het buitenland vluchtte.
De nalatenschap van Ary Scheffer
Zijn enige dochter Cornelia Scheffer-Marjolin zorgde ervoor dat de sfeer waarin haar vader had gewerkt bewaard bleef. Een jaar later organiseerde ze een retrospectieve van zijn werk in het 26 boulevard des Italiens in Parijs. De ateliers, die tijdens de Commune van 1870-1871 op haar initiatief werden omgebouwd tot noodhospitaal, dienden daarna als expositieruimtes voor Scheffers belangrijkste werken.
In 1899 overleed Cornelia Scheffer-Marjolin en liet ze de schilderijen van haar vader na aan haar geboortestad Dordrecht in Nederland. Het pand aan de rue Chaptal ging over naar Noémi Renan-Psichari (een kleindochter van Scheffer), die er een grote salon en een bibliotheek inrichtte gewijd aan de werken van haar vader, Ernest Renan. Ze verhuurde het tweede atelier aan kunstenaars.
In deze salon-werkplaats ontving Noémi Renan-Psichari, en later in de 20e eeuw haar dochter Corrie Psichari-Siohan, de wereld van kunst en literatuur. Tijdens de Belle Époque kwamen hier figuren als Anatole France of Puvis de Chavannes, in de jaren 1920 Maurice Denis, en later André Malraux – net als Chopin, Delacroix en Pauline Viardot – via dezelfde schaduwrijke laan naar het atelier op nummer 16 van de rue Chaptal.
De geboorte van het Musée de la Vie romantique
In 1956 werd het pand voor een symbolisch bedrag overgedragen aan de staat om er een culturele instelling in te richten. Na eerst een universitair centrum voor onderwijs en onderzoek naar geluid en kleur te hebben gehuisvest, droeg de staat in 1982 het beheer over aan de gemeente Parijs. Deze opende er een dependance van het Musée Carnavalet onder de naam ‘Musée Renan-Scheffer’. Kort daarna werd een nieuw museaal programma geïntroduceerd, met in gerestaureerde gebouwen onder leiding van Jacques Garcia talrijke herinneringen aan George Sand.
In 1987 kreeg het museum de naam ‘Musée de la Vie romantique’.
Het Musée de de la Vie romantique vandaag
In de wijk Nouvelle-Athènes brengt het Musée de la Vie romantique een harmonieuze historische sfeer tot leven die doet denken aan de romantische tijd. De inspiraties van de romantische kunstenaars in hun favoriete thema’s in literatuur, schilderkunst en beeldhouwkunst zijn terug te vinden in de zalen van het museum.
Drie belangrijke figuren uit de 19e eeuw zijn vertegenwoordigd in het Musée de la Vie romantique: George Sand, Ary Scheffer en Ernest Renan.
De eerste verdieping is gewijd aan George Sand: portretten, meubels en juwelen uit de 18e en 19e eeuw. Op de tweede verdieping worden de schilderijen van Ary Scheffer omringd door werk van zijn tijdgenoten. Daarnaast vinden er tijdelijke tentoonstellingen plaats, evenals concerten, voorleessessies en kinderactiviteiten. In de tuin van het museum biedt het theesalon Rose Bakery, een ware oase van rust, de mogelijkheid om even te genieten van een culinaire pauze.
Zijn nicht Cornélie, dochter van zijn jongere broer Henry Scheffer – eveneens schilder – trouwde met de filosoof en man van letters Ernest Renan. De bibliotheek van Ernest Renan wordt bewaard in de Bibliothèque nationale de France, maar het Musée de la Vie romantique bezit een uitgebreide collectie gedrukte werken (uitgaven van zijn werk, kritische studies) en manuscripten, waaronder *Averroès* en *L’Avenir de la science*, die door zijn zus Henriette zijn overgeschreven en door haar gecorrigeerd. Een rijke correspondentie en een verzameling foto’s vormen een aanvulling op deze collectie. Ook diverse meubelstukken uit zijn appartement aan het Collège de France worden hier bewaard.
Het theesalon Rose Bakery van het Musée de la Vie romantique
Het theesalon Rose Bakery van het Musée de la Vie romantique biedt het hele jaar door, tijdens de openingsuren van het museum, zoete en hartige gerechten.
Informatie: 01 71 19 24 08