Théâtre des Champs-Élysées, dé plek die je niet mag missen voor klassieke muziek

Het Théâtre des Champs-Élysées is gevestigd aan de 15 avenue Montaigne, in het 8e arrondissement van Parijs, en werd geopend op 2 april 1913. Het ligt direct in de buurt van de Champs-Élysées.
Het Théâtre des Champs-Élysées en zijn onorthodoxe eigenaar
Een vreemd paradox: het Théâtre des Champs-Élysées, een particulier theater, is sinds 1970 eigendom van de Caisse des dépôts et consignations (een openbare bankinstelling die onder meer openbare investeringen financiert). Zij is de eigenaar (15 avenue Montaigne, inclusief het restaurant Maison Blanche en het cabaret-restaurant Le Manko) en tevens de belangrijkste mecenas om de financiële balans van het theater te waarborgen.
Het gebouw, in 1913 opgetrokken in een sobere en strakke stijl, geldt als een van de eerste vertegenwoordigers van de art deco in de architectuur. De architecten waren Auguste Perret, Antoine Bourdelle en Henry Van de Velde.
Een theater, drie zalen
Het gebouw herbergt in werkelijkheid drie zalen: het Théâtre des Champs-Élysées (1.905 plaatsen), de Comédie des Champs-Élysées (601 plaatsen) en het Studio des Champs-Élysées (230 plaatsen).
De binnenversiering van het theater omvat enkele werken van Bourdelle (bronzen beelden en fresco’s). Maurice Denis vervaardigde die van de koepel (1910-1912): *De Griekse dans*, *De Opera*, *De Symfonie*, *Het lyrisch drama*, gescheiden door medaillons die *Het Koor*, *Het Orkest*, *De Sonate* en *Het Orgel* illustreren. Ook de schilders Édouard Vuillard, Ker-Xavier Roussel, Jacqueline Marval en Raphaël Drouart droegen bij aan de versiering.
Weetje: de Raad van State besliste op 16 december 1994 dat de uitbreiding van 1.000 m² voor het restaurant in het gebouw, dat met het theater wordt gedeeld, een bouwvergunning vereiste en niet slechts een melding van werkzaamheden. Dit is nooit gebeurd. Dit restaurant bestaat daarom administratief nog steeds niet.
Een belangrijk centrum voor klassieke muziek
Samen met de Salle Pleyel, de Cité de la musique en de Salle Gaveau is het Théâtre des Champs-Élysées een belangrijk centrum voor klassieke muziek in Parijs. Het heeft talloze buitenlandse symfonieorkesten ontvangen. Het Orchestre national de France heeft er momenteel zijn thuisbasis.
In deze zaal vonden twee wereldpremières plaats die een schandaal veroorzaakten: de eerste was de première van Igor Stravinsky’s *Le Sacre du printemps* op 29 mei 1913, gedirigeerd door Pierre Monteux, wat een rel veroorzaakte. De toeschouwers kwamen zelfs tot handtastelijkheden. De tweede was de première van het eerste ‘gemengde’ muziekstuk (voor instrumenten en elektroakoestische apparatuur): *Déserts* van Edgard Varèse op 2 december 1954, met Pierre Henry voor de magnetische banden en Hermann Scherchen als dirigent. De schok door de tussengevoegde geluiden leidde tot fluiten, gelach en boe-geroep. Het schandaal was vergelijkbaar met dat van *Le Sacre* 41,5 jaar eerder.
Veel later, op 26 april 2012, struikelde Kurt Masur, uitgenodigd om het Orchestre national de France (waarvan hij ere-dirigent was) te dirigeren in het Théâtre des Champs-Élysées, tijdens een live-uitzending op France Musique. Hij viel achterover over de veiligheidsleuning heen, voor de eerste rijen van het publiek. Hij werd per ambulance naar het Hôpital Georges-Pompidou gebracht, waar bleek dat hij slechts lichte verwondingen had opgelopen.
Joséphine Baker, *La Revue nègre* en het Théâtre des Champs-Élysées
In 1925, door financiële problemen, werd de grote zaal omgevormd tot een music-hall en vanaf oktober geprogrammeerd met een nieuwe attractie: *Black Birds* en de dansers van *La Revue nègre*. Daaronder bevond zich een jonge zwarte vrouw, nauwelijks gekleed in een groene verenrok, met kort haar strak naar achteren gekamd, die furore maakte. Het was de danseres Joséphine Baker.
Voor sommigen was deze durf een schandaal. De journalist Robert de Flers schreef: « We dalen sneller terug naar de aap dan we eruit zijn geklommen. » Maar Baker had ook bewonderaars. Onder hen de schilder Pablo Picasso, die haar in heel Europa bekendmaakte.
Geboren in Saint-Louis, Missouri, uit een blanke moeder en een zwarte vader, oversteeg Joséphine Baker haar situatie door de dans.

De tweede zaal van het theater: de Comédie des Champs-Élysées
Het theater werd geopend op 3 april 1913 met de première van *L’Exilée* van Henry Kistemaeckers, gevolgd door de revue *En douce* van Jean Bastia, met Mistinguett. In 1914 volgde een reprise van *L’Annonciation faite à Marie* van Paul Claudel, geregisseerd door Lu. Sindsdien is dit theater gewijd aan komedies.
In juli 1926 vond hier de eerste Franse vertoning plaats van de Duitse film *Die Abenteuer des Prinzen Achmed* van Lotte Reiniger, een baanbrekend werk in de animatiefilm.
Het Studio des Champs-Élysées: een experimenteel theater
In 1923 besloot directeur Jacques Hébertot om de Galerie Montaigne – waar tentoonstellingen werden gehouden (waaronder de eerste gewijd aan Modigliani en de eerste dadaïstische manifestaties) – om te vormen tot een zaal voor experimenteel theater. Het Studio des Champs-Élysées werd toevertrouwd aan Louis Jouvet voor de artistieke leiding, gevolgd door Kommisarjevski en vervolgens door Gaston Baty van 28 maart 1924 tot 14 april 1928.
Sinds 1966 zijn de directeuren van de Comédie des Champs-Élysées achtereenvolgens Claude Sainval, Guy Descaux, Jacqueline Cormier, Michel Fagadau (met Viviane Elbaz als assistent van 1997 tot 2005) en Stéphanie Fagadau-Mercier.