Moulin Rouge-show, mythische cabaret en Franse Cancan altijd op de affiche

Moulin Rouge-show, mythische cabaret en Franse Cancan altijd op de affiche

De voorstelling van de Moulin Rouge is een Parijse cabaretzaal die in 1889 werd opgericht door Joseph Oller en Charles Zidler, die al eigenaar waren van het Olympia-cabaret. De Moulin Rouge vierde in 1989 zijn honderdjarig bestaan.
Gelegen aan de boulevard de Clichy, op ongeveer 250 meter van de Place Pigalle in het 18e arrondissement van Parijs, aan de voet van de Montmartre-heuvel, werden zijn stijl en naam door andere cabarets over de hele wereld nagebootst en overgenomen.
De context van Montmartre bij de geboorte van de voorstelling van de Moulin Rouge
De Belle Époque was een periode van vrede en optimisme, gekenmerkt door industriële vooruitgang en een bijzonder rijke culturele bloei. De Wereldtentoonstellingen van 1889 (viering van de honderdste verjaardag van de Franse Revolutie en de presentatie van de Eiffeltoren) en van 1900 zijn hiervan de symbolen. Het japonisme, een artistieke stroming geïnspireerd door het Oosten waarvan Toulouse-Lautrec een briljant voorvechter was, bereikte zijn hoogtepunt. Montmartre, in het hart van een steeds groter en onpersoonlijker wordend Parijs, behield een sfeer van een idyllisch dorp.

Er waren tot wel 30 molens op de heuvel van Montmartre (waarvan 12 aan de rue Lepic) die graan, maïs, gips en steen maalden.
De geboorte van de show van de Moulin-Rouge
Op 6 oktober 1889 werd de show van de Moulin-Rouge geopend aan de voet van de heuvel Montmartre, op de plek waar vroeger het Bal de la Reine Blanche was gevestigd. Het doel? De rijken in staat stellen zich te vermaken in een modieuze wijk, Montmartre, bevolkt door ‘kleine luyden’. Kleine kantoormedewerkers, bewoners van de Place Blanche, kunstenaars, burgers, zakenlui, elegante dames en voorbijgangers uit het buitenland mengden er zich tussen. Het was ook een extravagante plek – de tuin was versierd met een reusachtige olifant.

De show van de Moulin-Rouge werd door de oprichters, Oller en Zidler, ‘Het Eerste Vrouwenpaleis’ gedoopt. De cabaretclub kende al snel een enorme success.
Een show voor iedereen, ver voor zijn tijd
De architectuur van de zaal was revolutionair. Hij maakte snelle decorwissels mogelijk. Alle publiek vermengde zich er. Er werden feestelijke avonden georganiseerd, met champagne. Men danste er en lachte er volop dankzij humoristische attracties zoals die van Joseph Pujol, bijgenaamd ‘de Scheetman’(1), die regelmatig werden vernieuwd.

Eind 19e eeuw huisvestte Montmartre twee werelden: die van de feesten en die van de kunstenaars die er de kwaliteit van het licht boven de vervuiling van de grote stad en de betaalbare huurprijzen kwamen zoeken. Maar deze twee werelden leefden samen en vermengden zich rond twee gemeenschappelijke waarden: het feest, het genot, en ook de schoonheid.

(1) Een windkunstenaar is een acteur of een persoon die werkzaam is in de amusementssector en wiens voornaamste of enige kenmerk bestaat uit het op creatieve, muzikale of grappige wijze laten ontsnappen van winden. Windkunstenaars worden al sinds de middeleeuwen genoemd, in Ierland en Japan. Het is een ‘kunst’ die vandaag de dag schijnbaar in vergetelheid is geraakt.
De kunstenaars van Montmartre
Onder hen bevonden zich beroemde namen: Henri de Toulouse-Lautrec, Auguste Renoir, Juan Gris, Georges Braque, Kees van Dongen, Guillaume Apollinaire, Alphonse Allais, Pablo Picasso, Marcel Proust, Maurice Utrillo, Amedeo Modigliani, Chaïm Soutine, Pierre Bonnard, Roland Dorgelès, Max Jacob, Pierre Mac Orlan. Maar temidden van een almaar groter en ontmenselijkter wordende stad, cultiveert Montmartre zijn dorpsgevoel, een gekozen grote familie, zijn landelijke karakter met de druivenoogst – kortom, menselijk.
Het feest en de French Cancan, een Engelse dans!
Deze dans vindt zijn oorsprong in een dans genaamd Cancan (of coin coin), die in Frankrijk in 1850 populair werd gemaakt door de danseres Céleste Mogador. De dans was in Frankrijk verboden omdat vrouwen destijds onder hun lange rokken en tierelantijnen onderbroeken en splitbroeken droegen. Het optillen van het been werd als onfatsoenlijk, onbehoorlijk en erotisch beschouwd.
Maar de Engelse theater- en music-hallproducent en -regisseur Charles Morton liet zich hierdoor inspireren en bedacht in 1868 een nieuwe vorm van ballet, die hij de ‘French Cancan’ noemde. Deze dans moest het Engelstalige publiek verleiden met de suggestie van de Franse-Parijse losbandigheid. De dans wordt vooral uitgevoerd op razendsnelle melodieën, waaronder het beroemde *Galop infernal* uit *Orpheus in de onderwereld* van Jacques Offenbach, een componist die toen in Parijs in de mode was. Morton werd geboren op 20 juni 1819 in Keulen en overleed op 5 oktober 1880 in Parijs.

De Franse Cancan keerde dus terug naar Frankrijk om te worden 'gestileerd' (regels, ritmes en kostuums) en internationale roem te verwerven, die hij nog steeds geniet.

De danseressen en andere 'chaoten' (zoals ze worden genoemd) dansen op razendsnelle ritmes en spelen met hun deels ontblote benen. Maar vanaf het begin waren er ook mannelijke sterren, zoals Valentin le Désossé. Louise Weber, bijgenaamd 'La Goulue', werd al vroeg een ware ster dankzij haar durf en energie. Als vaste vedette belichaamt zij de Cancan en de Moulin Rouge.

Internationaal bekende Franse Cancan-danseressen

Beroemde danseressen met kleurrijke, persoonlijke namen bleven de geschiedenis van de Moulin Rouge schrijven, waaronder La Goulue, Jane Avril, La Môme Fromage, Grille d’Égout, Nini Pattes en l’Air en Yvette Guilbert. De Moulin Rouge was een geliefde plek bij kunstenaars, schilders en andere beroemdheden, met als meest iconische figuur Henri de Toulouse-Lautrec. Zijn affiches en schilderijen bezorgden de Moulin Rouge een snelle en internationale faam.

De beginjaren en hoogtepunten van de Moulin Rouge-show

De eerste jaren van de Moulin Rouge werden gekenmerkt door extravagante voorstellingen, geïnspireerd door het circus, en beroemde attracties zoals de Pétomane. Daarnaast werden er elke avond om 22 uur concerten en bals georganiseerd.

Op 19 april 1890 droeg de eerste voorstelling de titel *Circassiens et Circassiennes*. Op 26 oktober 1890 boekte de prins van Wales, de toekomstige Eduard VII, tijdens een privébezoek aan Parijs een tafel om deze quadrille te aanschouwen, waarvan de reputatie al de overkant van het Kanaal had bereikt. Herkennend wierp La Goulue, met een been in de lucht en haar hoofd in de rokken, zonder aarzelen: « Ohé, Galles, c’est toi qui paies le champagne ! »

In 1891 was La Goulue het eerste affiche van Henri de Toulouse-Lautrec voor de Moulin Rouge. In 1893 veroorzaakte het bal des Quat’z’Arts een schandaal met zijn optocht van een naakte Cleopatra omringd door eveneens ontklede jonge meisjes. De voorstelling werd verboden.

Op 12 november 1897 sloot de Moulin Rouge uitzonderlijk zijn deuren vanwege de begrafenis van zijn directeur en medeoprichter Charles Zidler.

In 1900 werden buitenlanders van alle vijf continenten aangetrokken door de Wereldtentoonstelling en stroomden toe naar de Moulin Rouge. Toen ze terugkeerden naar hun thuisland maakten ze van Parijs het moderne Babylon, de hoofdstad van het genot en de ‘kleine Parisiennes’. In alle hoofdsteden verrezen als paddenstoelen ‘Rode Molens’ en ‘Montmartres’. De laatste bal in de Moulin Rouge vond plaats op 29 november 1902. Daarna werd het omgebouwd tot concerttheater.
Periode van ‘operettes en grote spektakels’
In januari 1903 heropende de Moulin Rouge zijn deuren na renovatie- en verbouwingswerken onder leiding van Édouard-Jean Niermans, de meest Parijse architect van de toenmalige Belle Époque.

Tot aan de Eerste Wereldoorlog werd de Moulin Rouge een waar heiligdom van de operette. De voorstellingen volgden elkaar in rap tempo op: ‘Voluptata’, ‘La Feuille de Vigne’, ‘Le Rêve d’Égypte’, ‘Tais-toi, tu m’affoles’… en nog veel andere revues. Op 3 januari 1907 wisselde Colette tijdens de voorstelling ‘Le Rêve d’Égypte’ een kus uit op het toneel met haar geliefde, hertogin de Morny (Mathilde de Morny, alias ‘Missy’). De voorstelling werd als schandalig bestempeld en verboden.

Op 29 juli 1907 maakte Mistinguett haar debuut op het podium van de Moulin Rouge in ‘La Revue de la Femme’. Al snel brak haar talent door.

De Moulin Rouge werd op 27 februari 1915 door een brand verwoest. Pas in 1921 begon men met de wederopbouw.
Het tijdperk van « Mistinguett » in de Moulin Rouge
In 1923 stelde Raphaël Beretta voor om de music-hall weer in de Moulin Rouge te vestigen. De molen werd toen teruggeplaatst in het midden van de gevel, ondersteund door een rond gedeelte versierd met ovale vensters in het bovenste deel.

Gesmar, slechts 20 jaar oud, werd decorateur. Zijn tekeningen en maquettes zullen voor altijd verbonden blijven met het imago van de Moulin Rouge. Jacques-Charles en Mistinguett inspireerden iconische creaties: « la Revue Mistinguett » (1925), « Ça, c’est Paris » (1926) en « Paris qui tourne » (1928).

In de Moulin Rouge schreef Mistinguett talloze tijdloze liederen, waaronder *Valencia*, *Ça, c’est Paris*, *Il m’a vue nue* en *On m’suit* – het laatste samen met Jean Gabin. Mistinguett werd « mededirectrice » naast haar partner Earl Leslie en directeur van de naaiatelier.

Een grappig weetje naar aanleiding van een incident dat zich in 1927 voordeed. Tijdens een voorstelling waarbij danseressen in strakke kostuums uit reusachtige taarten kwamen, moesten ze vervolgens dansen en zingen. Om van de top van de taarten naar het toneel te komen, moesten ze over een laagje taart lopen dat bedekt was met een zeer gladde banketbakkersroom. Zodra hun naaldhakken met room waren bedekt, konden de meisjes niet meer staan en struikelden ze voortdurend. Omdat ze onder geen beding hun schoenen mochten uittrekken, brachten ze de hele voorstelling glijdend en uiteindelijk met hun billen op de grond door. Het was een ware ramp.
Na Mistinguett. De voorstelling van de Moulin Rouge past zich aan
In 1929 verliet Mistinguett het toneel en het Moulin Rouge. Het theater met 1.500 zitplaatsen werd een van de grootste bioscopen van Europa, met artiesten uit de Music Hall als voorprogramma. Het revuespektakel *Lew Leslie’s Black Birds*, uitgevoerd door een gezelschap van ongeveer honderd zwarte artiesten en begeleid door het Jazz Plantation-orkest, werd tussen juni en augustus 1929 in de Moulin Rouge opgevoerd.

De voormalige balzaal werd behouden en in 1937 omgetoverd tot een ultramoderne nachtclub. Datzelfde jaar trad de in New York modieuze Cotton Club op in de Moulin Rouge, net als het orkest van Ray Ventura en zijn Collégiens.

Tussen 1939 en 1945 onderbrak de Tweede Wereldoorlog het ‘bruisende’ spektakel van de Moulin Rouge. Het werd een danszaal, de Robinson Moulin-Rouge. Enkele dagen voor de Bevrijding van Parijs in 1944 trad Édith Piaf, wier talent al erkend was, op in de Moulin Rouge, samen met Yves Montand, een beginneling die haar was opgelegd.

Op 22 juni 1951 verwierf Georges France, alias Jo France, oprichter van het Balajo, de Moulin Rouge en liet er ingrijpende renovatiewerken uitvoeren. Dansen, attracties en de beroemde French Cancan keerden terug naar de Moulin Rouge.

Op 19 mei 1953 vond in de Moulin Rouge het 25e Bal des Petits Lits blancs plaats, georganiseerd door de schrijver Guy des Cars, in aanwezigheid van de president van de Republiek, Vincent Auriol, en voor het eerst op een Europese scène, Bing Crosby. De avond bracht 1.200 artiesten en sterren uit de hele wereld samen, waaronder Joséphine Baker die er *J’ai deux amours* zong.

Tussen 1951 en 1960 bruist het van de activiteit in de *Moulin-Rouge Show*. Grote sterren treden er op: Luis Mariano, Charles Trenet, Charles Aznavour, Line Renaud, Bourvil, Fernand Raynaud en Lena Horne. De beroemde French Cancan, nog steeds aanwezig, wordt in 1955 gechoreografeerd door Ruggero Angeletti. In 1957 richt Doris Haug de groep ‘Doriss Girls’ op in de Moulin-Rouge. Aanvankelijk waren ze met z’n vieren, vandaag zijn het er 100, waarvan 40 op het podium.
Twee jaar later krijgt de Moulin-Rouge een metamorfose met de creatie en inrichting van een nieuwe keuken, om een steeds internationalere klantenkring een ‘diner-spectakel’ aan te bieden met gastronomisch menu en revues die wereldfaam verwerven.
Aan het begin van de jaren 1960 veroorzaakt de ‘Japanse Revue’ een sensatie. Volledig samengesteld uit Japanse artiesten, introduceert ze het kabuki in Montmartre.

1962-1988: welvaart en continuïteit in de variété

In 1962 neemt Jacki Clérico de leiding van de Moulin Rouge over van zijn vader. Het begin van een nieuw tijdperk: uitbreiding van de zaal, plaatsing van een reusachtig aquarium op het podium en de creatie van het eerste waterballet. De revue *Cancan* wordt datzelfde jaar ontworpen door Doris Haug en Ruggero Angeletti.

Sinds 1963 en het succes van de revue *Frou-Frou* kiest Jacki Clérico, uit bijgeloof, alleen nog maar titels van revues die met de letter F beginnen. En natuurlijk is de legendarische French Cancan bij elke revue aanwezig.

Op 7 september 1979 viert de legendarische voorstelling van het Moulin Rouge, een icoon van Parijs, zijn 90ste verjaardag. Op het podium staat voor het eerst in Parijs Ginger Rogers omringd door tal van sterren, waaronder Thierry Le Luron, Dalida, Charles Aznavour, Jean-Claude Brialy, George Chakiris, de Village People en Zizi Jeanmaire.
Op 23 november 1981 sluit het Moulin Rouge uitzonderlijk zijn deuren om een voorstelling te geven voor koningin Elizabeth II van Engeland. Op 4 februari 1982 regisseert Liza Minnelli een uitzonderlijke show, waarin voor het eerst de Engelse Fenella Masse Mathews optreedt.
In 1984 worden twee galas georganiseerd: één voor Dean Martin en één voor Frank Sinatra. Op 1 december 1986 brengt de wereldberoemde klassieke danser Mikhail Baryshnikov een origineel ballet van Maurice Béjart op de planken van het Moulin Rouge.

Sinds de honderdjarige viering van de voorstelling van het Moulin Rouge

Op 20 februari 1988, ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Moulin Rouge, vindt de première van de revue *Formidable* plaats tijdens een "Royal Performance in Parijs". Dit is een van de meest prestigieuze officiële evenementen van Groot-Brittannië, waarbij elk jaar een lid van de Britse koninklijke familie in Londen aanwezig is. Voor de tweede keer vindt het evenement plaats in Frankrijk, in de Moulin Rouge. In 1983 werd het voorgezeten door prinses Anne, terwijl prins Edward op 20 februari 1988 de eregast was. In de lente van 1989 wordt in Londen een uitzonderlijke voorstelling van de Moulin Rouge gegeven voor de prins en prinses van Wales.

Op 6 oktober van datzelfde jaar wordt een Gala ter ere van de Honderdste Verjaardag georganiseerd met Charles Aznavour, Lauren Bacall, Ray Charles, Tony Curtis, Ella Fitzgerald, de Gipsy Kings, Margaux Hemingway, Barbara Hendricks, Dorothy Lamour, Jerry Lewis, Jane Russell, Charles Trenet en Esther Williams.

In 1994 wordt een Cartier-gala georganiseerd voor Artists Against AIDS Foundation, met een privéconcert van Elton John. In 1995 vindt een Lancôme-gala plaats ter lancering van het parfum "Poème" met Juliette Binoche. Privéconcert van Charles Aznavour en Jessye Norman. Op 14 november 1999 vindt de laatste voorstelling plaats van de eeuwfeestrevue "Formidable", die van 1988 tot 1999 meer dan 4,5 miljoen toeschouwers heeft verwelkomd. De nieuwe revue "Féerie" wordt voor het eerst gepresenteerd op 23 december 1999.

De revues van de Moulin Rouge door de jaren heen

Cancan (20 maart 1962)
Frou-frou (1 april 1963)
Frisson (15 april 1965)
Fascination (15 april 1967)
Fantastic (20 maart 1970)
Festival (29 maart 1973)
Follement (1 april 1976)
Frenzy (22 december 1979)
Femmes, femmes, femmes (26 februari 1983)
Formidable. De revue ter ere van de honderdste verjaardag (12 februari 1989)
Féerie (23 december 1999)

De Moulin Rouge, nog steeds en altijd…
Het was het onderwerp van meer dan 20 speelfilms, 7 documentaires en tv-programma’s. Het heeft ook talloze kunstenaars geïnspireerd en verschijnt in talloze schilderijen. Het heeft zelfs landen als Las Vegas, Ierland en Duitsland geïnspireerd.

De records van de Moulin Rouge
De Moulin Rouge is een van de grootste champagneverbruikers ter wereld, met ongeveer 240.000 flessen per jaar tussen 2009 en 2014, en 360.000 flessen per jaar in 2015.

Het gezelschap van de Moulin Rouge, het Parijse cabaret van de French Cancan, heeft ook zes wereldrecords op zijn naam staan, waaronder dat van het hoogste aantal beenbewegingen. In 30 seconden slaagden de 44 danseressen van het gezelschap erin hun benen 29 keer op te tillen. Een ander record: 62 splitsen achter elkaar in 30 seconden, en ook 34 ‘vegers’ per danseres in 30 seconden… U mag raden wat een ‘veger’ is in de wereld van de music-hall!